Paragrafen

Paragraaf 3: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Financiële kengetallen

De financiële kengetallen geven een beeld van hoe de gemeente er financieel voor staat. Het onderstaande overzicht laat de verwachte ontwikkeling van de financiële kengetallen zien.

Kengetallen

Begroting
2025

Rekening
2025

Begroting
2026

Begroting
2027

Begroting
2028

Begroting
2029

Netto schuldquote

134,0%

103,5%

130,0%

134,4%

135,2%

135,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

110,3%

80,4%

108,1%

113,7%

117,2%

118,5%

Solvabiliteitsratio

10,9%

16,0%

13,0%

13,1%

13,6%

13,9%

Structurele exploitatieruimte

0,5%

4,6%

0,9%

1,6%

1,4%

1,2%

Grondexploitatie excl. Meerstad, Stadshavens en Suikerzijde

2,8%

1,6%

2,6%

4,2%

3,9%

3,5%

Grondexploitatie incl. Meerstad, Stadshavens en Suikerzijde

30,3%

22,4%

32,1%

33,4%

33,4%

33,6%

Belastingcapaciteit

124,0%

124,5%

115,5%

115,5%

115,5%

115,5%

 
Netto schuldquote
Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke netto schuldenlast (korte en lange schulden vermindert met kort en lang uitgeleende middelen) ten opzichte van de gemeentelijke baten. Het geeft een indicatie van de omvang van de rentelasten en aflossingen ten opzichte van de jaarlijkse baten en lasten. Bij de netto schuldquote wordt rekening gehouden met alle door de gemeente opgenomen leningen. Bij de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen nemen we de leningen die we doorlenen aan derden (zoals bijvoorbeeld: Meerstad en woningbouwcorporaties) niet mee. Wanneer sprake is van doorlenen aan derden, ligt de netto schuldquote altijd boven de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen. De schuldquotes komen in 2025 lager uit dan begroot doordat minder leningen aangetrokken hoefden te worden enerzijds door een lager investeringsvolume en anderzijds door hogere baten van derden (met name het Rijk) dan waar in de begroting rekening mee werd gehouden. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen komt in 2026 uit op 108,1%. Hiermee blijven we onder de streefwaarde van maximaal 120%. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen loopt op tot 118,5% in 2029 doordat de gemeentelijke baten dalen als gevolg van de opgelegde korting op het gemeentefonds.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. Het geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De solvabiliteitsratio komt in 2025 uit op 16%. Dit is een verbetering ten opzichte van de begroting die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door stortingen in de bestemmingsreserves. Bestemmingsreserves zijn onderdeel van het eigen vermogen. Deze verbetering is tijdelijk van aard omdat bestemmingsreserves doorgaans tot bestedingen gaan leiden in de komende jaren. Een verbetering van de solvabiliteit wordt bereikt door een verlaging van de opgenomen leningen en/of een versterking van de reserves. Gezien de grote maatschappelijke opgaven en financiële uitdagingen die voor ons liggen streven we naar een solvabiliteitsratio van minimaal 10%. De ratio’s van de kengetallen en van het weerstandsvermogen beschouwen we in samenhang bij de beoordeling van onze financiële positie.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang dat de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. De belangrijkste structurele baten zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft het verschil tussen de structurele baten en lasten ten opzichte van de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In onderstaand overzicht is de omvang en ontwikkeling van de structurele lasten en baten opgenomen. De structurele exploitatieruimte is in 2025 hoger uitgekomen dan begroot doordat er meer baten zijn ontvangen van derden (met name Rijksbijdragen) dan begroot. Vaak zijn dit incidentele bedragen vanuit het Rijk voor structurele taken, waardoor dit wel onder de structurele baten valt. Het verloop van de structurele exploitatieruimte over de periode 2026 tot en met 2029 geeft aan dat er sprake is van een structureel evenwicht. In de kadernota weerstandsvermogen en risicomanagement hebben we als streefwaarde opgenomen dat de exploitatie minimaal (structureel) in evenwicht is. De oorzaak dat we op langere termijn nog een positief structurele exploitatieruimte hebben is omdat we incidenteel bedragen storten in het mobiliteitsfonds en de reserve onderwijshuisvesting om toekomstige investeringen mogelijk te maken.

Structureel evenwicht
(bedragen x 1.000 euro)

Begroting
2025

Rekening
2025

Begroting
2026

Begroting
2027

Begroting
2028

Begroting
2029

Totale lasten

1.428.266

1.616.589

1.514.978

1.509.188

1.525.031

1.561.414

Incidentele lasten

-11.481

-44.837

-4.407

-5.572

0

0

Incidentele toevoegingen reserves

-54.901

-143.231

-32.937

-29.204

-30.521

-24.768

Structurele lasten (A)

1.361.884

1.428.521

1.477.634

1.474.412

1.494.510

1.536.646

Totale baten

1.428.266

1.677.413

1.514.978

1.509.188

1.525.031

1.557.897

Incidentele baten

-10.217

-66.476

9.083

0

0

-31

Incidentele onttrekkingen reserves

-48.935

-109.909

-32.564

-11.157

-9.057

-2.522

Structurele baten (B)

1.369.114

1.501.028

1.491.497

1.498.031

1.515.974

1.555.344

Structurele exploitatieruimte (B-A)

7.230

72.507

13.863

23.619

21.464

18.698

Structurele exploitatieruimte in percentage

0,5%

4,6%

0,9%

1,6%

1,4%

1,2%

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale gemeentelijke baten. De boekwaarde van de voorraden grond moeten we terugverdienen bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. De kengetallen komen in 2025 lager uit dan begroot doordat er meer baten zijn ontvangen van derden (met name rijksbijdragen) dan begroot. Daarnaast is het niveau van de bouwgronden in exploitatie iets lager dan begroot, maar ligt wel ongeveer op hetzelfde niveau als de jaarrekening 2024. Specifiek voor het lagere kengetal inclusief Meerstad, Stadshavens en Suikerzijde geldt dat dit wordt veroorzaakt door overdracht van gronden in Meerstad Noord die terug zijn gegaan naar de gemeente Groningen. Bij ons zijn deze gronden met een lagere boekwaarde opgenomen in de materiele vaste activa. Het kengetal voor de gemeentelijke grondexploitaties inclusief Meerstad, Stadshavens en Suikerzijde is in 2026 32,1%. Dit betekent dat we op basis van het provinciale beoordelingskader als gemeente een gemiddeld risico lopen.

Belastingcapaciteit
Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hiervoor wordt de belastingdruk in Groningen gerelateerd aan de landelijk gemiddelde tarieven/woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Als dit kengetal laag is, betekent het dat een gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. De belastingdruk in Groningen ligt boven het landelijk gemiddelde. Een hoge belastingcapaciteit beperkt de mogelijkheid om financiële tegenvallers op te vangen met een verhoging van tarieven. Het kengetal komt in 2025 uit op 124,5%. De gemiddelde landelijk woonlasten baseren we op de Atlas van de lokale lasten van het COELO. Vanaf 2026 verbetert het percentage doordat dat de gemiddelde landelijke woonlasten sterker zijn gestegen dan de gemiddelde woonlasten binnen de gemeente Groningen.

Algemeen oordeel
Op hoofdlijnen kunnen we concluderen dat de ratio’s laten zien dat de financiële positie van de gemeente Groningen op de korte termijn is verbeterd door met name een afname van het risico sociaal domein en de tijdelijke toename van de solvabiliteit. Op de langere termijn verslechtert de ratio weerstandsvermogen door een toename van de omvang van het risico sociaal domein. De tijdelijke toename van de solvabiliteit zal op langere termijn weer afnemen doordat toevoegingen aan de bestemmingsreserves tijdelijk van aard zijn omdat deze doorgaans tot bestedingen gaan leiden in de komende jaren.
Meerjarig blijven de ratio weerstandsvermogen en de solvabiliteit boven de streefwaarden. Hiermee bereiden wij ons voor op de grote maatschappelijke opgaven en financiële uitdagingen die voor ons liggen. Onze financiële positie blijft kwetsbaar omdat het ravijn niet is gedempt maar is opgeschoven. Na 2027 wordt de bezuinigingstaakstelling op de jeugdzorg (hervormingsagenda) fors verhoogd door het Rijk. Hierdoor neemt het risico toe. Aanvullende afspraken zijn nodig met het Rijk. Doordat de gemeente relatief veel schulden heeft en een lage solvabiliteit, zijn we gevoelig voor de ontwikkeling van de rente waardoor we minder flexibel zijn. Voor een deel kan de hoge schuldpositie verklaard worden doordat de gemeente veel grond in eigendom heeft en het ontwikkelen van (grote) woningbouwlocaties om te kunnen voorzien in de woningbehoefte. De grote strategische waarde hiervan komt niet tot uitdrukking in de financiële kengetallen. Ook dit beïnvloedt onze flexibiliteit. De projecten uit de strategische investeringsagenda hebben de komende jaren een negatief effect op de ratio weerstandsvermogen en onze kengetallen. De ratio’s moeten in samenhang met het weerstandsvermogen worden bezien om te kunnen beoordelen of de gemeente Groningen in staat is om in te spelen op toekomstige risico’s. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om risico’s op te kunnen vangen.

Verantwoording
De ontwikkeling van het weerstandsvermogen wordt twee keer per jaar geactualiseerd: bij de begroting en bij de rekening. We willen benadrukken dat de berekening van het weerstandsvermogen geen exacte wetenschap is. Bij het bepalen van de omvang van het benodigd weerstandsvermogen maken we een groot aantal inschattingen die meer of minder goed te onderbouwen zijn. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen kijken we dan ook vooral naar hoe het weerstandsvermogen zich ontwikkelt en naar het aandeel van de reserves ten opzichte van het benodigd weerstandsvermogen. Als streefwaarde hanteren we een percentage van ten minste 50%.

Deze pagina is gebouwd op 05/21/2026 10:59:02 met de export van 05/21/2026 10:49:48