Paragrafen

Paragraaf 3: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risico's

Nr.

Onderwerp

DP

Structureel/ incidenteel 

1e signalering

Kans

Bedrag (bandbreedte)

1

Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelings- locaties (grondzaken/ grondexploitaties)

1.1 & 1.3

Incidenteel

2004

100%

48,8 - 51,3 miljoen euro

2

Parkeerbedrijf

1.2

Structureel

Al jaren

100%

Circa 0,8 miljoen euro

3

Verkeer- en vervoersprojecten

1.2

Incidenteel

2017

100%

Nul

4

Gemeentelijk aandeel risicoproject WarmteStad BV

1.3

Incidenteel

2017

25%

82,5 miljoen euro

5

Risico's bodemsanering

2.1

Structureel

2021

50%

1,2 miljoen euro

6

Windmolens Roodehaan

1.3

Incidenteel

2025

100%

1,8 miljoen euro

7

Agiostorting BV Suikerzijde

1.3

Incidenteel

2023

25%

15 miljoen euro

8

Extra beheerkosten Biotoop, Haren

1.1

Incidenteel

2023

100%

1,25 miljoen euro

9

Klimaatrisico

2.1

Structureel

2023

75%

1,1 miljoen euro

10

Netcongestie

Div.

Incidenteel

2023

100%

467 duizend euro

11

Energiepark Meerstad Noord/GEB Holding BV

1.3

Incidenteel

2024

25%

64 miljoen euro

12

Sociaal domein

3.3

Structureel

2014

100%

4,1 - 28,7 miljoen euro

13

Exploitatie Groninger Forum

3.5

Incidenteel

2014

50%

160 duizend euro

14

Verzelfstandiging Clockhuys Cultuur Haren

3.5

Incidenteel

2022

50%

50 duizend euro

15

Energieprijsstijging

1.3

Structureel

2023

50%

0 - 0,5 miljoen euro

16

Opgaven Vastgoedbedrijf

Div.

Structureel

2023

PM

PM

17

Fiscale risico's

Alle

Structureel

Diverse

PM

PM

18

Gemeentefonds

4.3

Structureel

1995

0%

+/-45 miljoen euro

19

Verstrekte leningen en garanties

Div.

Incidenteel

2006

100%

2,9 - 3,5 miljoen euro

20

Renterisico

4.3

Structureel

Doorlopend

50%

1,1 - 3,2 miljoen euro

21

Verzekeringen

4.3

Structureel

2021

PM

PM

22

Gemeentefonds: ontoereikende middelen

4.3

Structureel

2023

50%

3,5 miljoen vanaf 2029

23

Bezwaarschriften

2.1

Incidenteel

2018

PM

PM

24

Vervanging rioolpersleiding Aanpak Ring Zuid (ARZ)

2.1

Incidenteel

2022

PM

PM

25

Onderhoud van het groen ARZ aan de randen van ons areaal

2.1

Structureel

2025

50%

0,1 miljoen euro

26

Dotatie en vrijval voorziening voor pensioenaanspraken politieke ambtsdragers

4.2

Incidenteel

2023

50%

0 - 2 miljoen euro

26a

APPA wachtgelden

4.2

Structureel

2023

25%

2 miljoen euro

27

Verplichtingen uit de verlof stuwmeren

4.4

Incidenteel

2022

PM

PM

28

Bedrijfsrisico directies SPOT, Sport050 en zakelijke dienstverlening Stadsbeheer

2.1 & 3.4

Structureel

Al jaren

25%

4,1 miljoen euro

29

Niet halen bezuinigingen

Div.

Incidenteel

2014

100%

0,3 - 2,9 miljoen euro

29a

Niet halen bezuinigingen

Div.

Structureel

2014

100%

0,75 miljoen euro

30

Prijsstijgingen

Alle

Structureel

2022

PM

PM

31

Digitale soevereiniteit

4.4

Incidenteel

2025

50%

0 - 2,5 miljoen euro

32

Cybercrime

4.4

Incidenteel

2025

PM

PM

33

Rijkskorting 10% budget SPUK Sport (btw)

3.4

Structureel

2025

50%

252 duizend euro

34

Structurele personeelslasten gedekt met incidentele middelen

1.3 & 4.2

Structueel

2025

100%

0 - 330 duizend euro

35

Stoppen koppelverkoop Teams

4.4

Structureel

2026

75%

0 - 450 duizend euro

36

Vernieuwen Contract M365

4.4

Structureel

2026

75%

0 - 640 duizend euro

 

Nr.

Toelichting

1

Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties (grondzaken/ grondexploitaties)

Om de risico's die voortvloeien uit de grondexploitaties in uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties te kwantificeren wordt de risicoboxenmethode gehanteerd. Het risico op een plantekort kan voortvloeien uit vertraging in het uitgiftetempo van gronden, uitgifte van gronden tegen lagere grondprijzen dan in de exploitatiebegroting is voorzien, aanbesteding van civieltechnische werken, vertraging in het tempo van realisering, etc.
Door het voorstel voor de administratieve verwerving van de gronden Meerstad Noord en het investeringsbesluit voor het energiepark Meerstad Noord is de realisatie van de opbrengst voor het Grondbedrijf voldoende gewaarborgd. Het risico van €25,0 miljoen. kan daarom vervallen. Bij het vaststellen van de Nieuwe Held is een risicoanalyse uitgevoerd. Het resultaat van deze risicoanalyse zorgt ervoor dat er een aanzienlijk groter beroep op het weerstandsvermogen wordt gedaan. Dit verschil komt voort uit de herijking van de projectspecifieke risico’s. Hierdoor wordt de daling, ten opzichte van de jaarrekening 2024, van circa €25 miljoen. voor €15 miljoen. ongedaan gemaakt. De inschatting is dat het benodigde weerstandsvermogen zich in de jaren 2026-2029 beweegt in een bandbreedte tussen €48,8 miljoen. en €51,3 miljoen. In het risicobedrag is de kans van optreden meegenomen, daarom is bij de kans 100% aangehouden. Zie voor meer informatie de paragraaf Grondbeleid.

2

Parkeerbedrijf

Voor het bepalen van het risico van het parkeerbedrijf wordt een risicoanalyse uitgevoerd voor de onderdelen: rente, opbrengsten en kosten, bezettingsgraad parkeergarages en straatparkeren. Het totale risico is in 2026 bepaald op 0,8 miljoen euro, een afname van 2 miljoen euro ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt vooral verklaard door een herberekening van het structurele risico. Voorheen werd het risicobedrag met factor 4 vermenigvuldigd en als incidenteel risico opgenomen. Met ingang van de begroting 2026 wordt het risicobedrag als structureel risico opgenomen. Omdat de kans van optreden in het bedrag is verwerkt wordt hiervoor 100% aangehouden.

3

Mobiliteitsprojecten (voorheen Verkeer- en vervoersprojecten)

Risico's bij mobiliteitsprojecten hebben voornamelijk betrekking op de hoogte van de investeringskosten. Vooraf worden deze risico's zover mogelijk teruggebracht en beheerst door voor de start van uitvoering zoveel mogelijk uitgewerkte ontwerpen en kostenramingen beschikbaar te hebben. Bij de verkeersprojecten bepalen we het risico op 10% van de investeringskosten. Daarbij beoordelen we de mogelijkheid om bij te sturen in het project (beheersmaatregelen). Op projectniveau kunnen dat bijvoorbeeld zijn: het werken met een plafondprijs in de aanbesteding, het rekening houden met een percentage onvoorzien in de kostenraming of het in beeld brengen van besparingsmogelijkheden. Voor de lopende projecten verkeer en vervoer is de omvang van het risico nihil. 

4

Gemeentelijk aandeel risicoproject WarmteStad BV

WarmteStad B.V. heeft op dit moment 2 typen activiteiten:
· Het ontwikkelen en exploiteren van het warmtenet Noordwest;
· Het ontwikkelen en exploiteren van collectieve Warmte en Koude-opslagsystemen (WKO’s).
Via WarmteStad investeert de gemeente in warmteprojecten gericht op een CO2 neutrale stad in 2035. De gemeente doet dit door het verstrekken van eigen vermogen, leningen, garanties en kasgeldfaciliteiten. Met besluitvorming door de raad in september 2025 ten behoeve van vervolginvesteringen door WarmteStad in fasen 1 en 2a van het warmtenet, loopt de omvang van het risico c.q. blootstelling op tot € 82,5 miljoen, bestaande uit een deelneming van € 61,5 miljoen (inclusief de overname in 2025 van het aandeel van 50% van het warmtebedrijf voor € 10,0 miljoen), een kredietlimiet van € 5,0 miljoen en € 16,0 miljoen aan garanties op door WarmteStad aan te trekken bancaire financiering. De gemeente loopt het risico dat dit bedrag niet wordt terugontvangen of – in het geval van de garantie – betaald moet worden. De kans hierop schatten we in op 25%, omdat deze deelneming in principe in staat mag worden geacht haar ondernemingsrisico’s zelfstandig op te kunnen vangen. Het benodigde weerstandsvermogen in verband met de kapitaalinbreng, agiostortingen, borgstelling op leningen en kasgeldfaciliteit bedraagt dan € 20,6 miljoen.

Risico's bodemsanering

5

De gemeente loopt financiële en uitvoeringsrisico’s bij bodemsaneringen op spoedlocaties. Met name wanneer eigenaren hun saneringsverplichtingen niet kunnen nakomen. In dergelijke gevallen is de gemeente als bevoegd gezag verplicht de sanering over te nemen. Ook onverwachte vondsten van ernstige verontreiniging kunnen directe maatregelen vereisen wanneer sprake is van onaanvaardbare gezondheidsrisico’s en de eigenaar niet optreedt. Voor deze risico’s wordt uitgegaan van een structureel financieel risico van € 900.000 en een kans van optreden van 50%. Daarnaast kan aanvullend onderzoek of het treffen van tijdelijke maatregelen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld bij drugsafvaldumpingen of voor het beheersen van maatschappelijke onrust over de bodemkwaliteit. Hiervoor wordt gerekend met een structureel risico van € 250.000, eveneens met een kans van 50%.

6

Windmolens Roodehaan

Ten behoeve van de ontwikkeling van Windmolens Roodehaan is in november 2025 besloten over verstrekking van een plankostenkrediet. Hiermee wordt tot in 2028 de planontwikkeling doorlopen. Omdat nu nog niet zeker is of het project doorgang vindt en er nog geen omgevingsvergunning is verkregen, wordt de risicokans voorzichtigheidshalve op 100% gesteld. De geraamde (netto) investering van € 1.762.000 beschouwen we als het gemeentelijk financieel risico dat meegenomen wordt bij de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen.

7

Agiostorting BV Suikerzijde

We hanteren het uitgangspunt dat als we een gebiedsontwikkeling vormgeven in een aparte entiteit (lees BV) de BV zelf in staat moet zijn om de eigen risico’s binnen de grondexploitatie hetzij de beschikbare middelen voor de betreffende gebiedsontwikkeling op te vangen. Zelf binnen de eigen grondexploitatie opvangen betekent dat de BV over voldoende buffers moet beschikken. Deze buffers kunnen bestaan uit eigen vermogen, een verwacht batig saldo van de grondexploitatie (contante waarde van de verwachte winst op eindwaarde) of aanwijsbare buffers in ramingen. De beschikbare middelen voor de gebiedsontwikkelingen zijn de middelen die binnen het SIF zijn gereserveerd of bestemmingsreserves voor de betreffende gebiedsontwikkeling. Door de gebiedsontwikkeling in een BV te beleggen verlegt de gemeente een groot deel van de risico’s naar deze aparte entiteit. Op het moment dat de gemeente hetzij eigen, hetzij vreemd vermogen verstrekt aan de BV, loopt de gemeente het risico dat de verstrekte middelen niet terugbetaald kunnen worden. Voor de afdekking van dit risico moet de gemeente inschatten in welke mate er een risicoreservering in het gemeentelijk weerstandsvermogen noodzakelijk is. De gevraagde kapitaalstorting in de BV Suikerzijde bedraagt 15 miljoen euro. Het Project Suikerzijde kent een omvang van circa 500 miljoen euro. De looptijd is 25 jaar. Voor de bepaling van de omvang van de buffer sluiten we aan bij de gemeentelijke methodiek van het
bepalen van risico’s. Hierin zijn drie classificaties van risico’s, te weten laag, middel en hoog met respectievelijke
kansen van 25%, 50% en 75%. We schatten het risico in als laag. Voor bepaling van de benodigde buffer rekenen we daarom met een kans van 25% op niet terugbetaling. Dit betekent dan een benodigde risicobuffer van 25% x 15 miljoen euro = 3,75 miljoen euro. We gaan de incidentele vrijval van de structureel beschikbare middelen voor Suikerzijde toevoegen aan een aparte reserve Suikerzijde. Deze reserve tellen we mee met het beschikbaar weerstandsvermogen.

8

Extra beheerkosten Biotoop, Haren

Voor het onderhouden van de Biotoop is een beperkt onderhoudsbudget beschikbaar. Gezien de verouderde staat brengt dit het risico met zich mee dat gedurende de voorgestelde gebruiksperiode problemen optreden waardoor grotere investeringen noodzakelijk zijn. Het betreft hier zowel de Biotoop als de Hortus. Met name de staat van het entreegebouw is een risico voor de continuïteit van de exploitatie van de Hortus. In het risicobedrag van 1,25 miljoen euro is de kans van optreden al verwerkt daarom voor 100% opgenomen. Afhankelijk van het te kiezen toekomstscenario is er nog een risico dat er brandscheidingen aangebracht moeten worden en moeten mogelijk extra maatregelen rondom legionella worden getroffen. Op dit moment zijn deze risico's nog niet te kwantificeren en als PM meegenomen. Wanneer hier een betere inschatting van gemaakt kan worden, wordt dit meegenomen in de actualisatie bij de begroting.

9

Gevolgen extreem weer (klimaatrisico)

Door het veranderende klimaat gaan we in toenemende mate last krijgen van extreem weer. Extreme hitte, langdurige droogte of regenperiodes en extreem weer zoals, clusterbuien, storm en onweer hebben effect op onze infrastructuren, gebouwen en groenvoorzieningen. Extreme hoeveelheden regen in korte tijd kunnen niet goed worden afgevoerd waardoor mogelijk regenwater schade toebrengt aan panden en andere voorzieningen. Droogte kan leiden tot inklinking of scheuring van de bodem waardoor infrastructuur kan verzakken. Dit doet zich nu al meerdere keren per jaar voor en zal naar verwachting vaker en grootschaliger voorkomen. Reparatie van een wegdek van 1.000m2 kost al snel €250.000. Door droogte lopen onze groenvoorzieningen bovendien risico op bermbranden en uitval door vochttekort, met geschatte kosten van totaal €160.000. Ook stormschade komt steeds vaker voor. De kosten voor snoeiwerk, opruimen en herplant van bomen worden op basis van eerdere ervaringen geraamd op €600.000. Daarnaast neemt door klimaatverandering de kans toe op aantasting van bomen door ziekten en plagen, zowel bestaande (kastanjebloedingsziekte, essentaksterfte, Massaria) als nieuwe. De geschatte kosten hiervoor bedragen €100.000. Al deze risico’s komen nu al geregeld voor en daarmee structureel van aard en zijn daarom ingeschat als hoog risico (75%).
 
De kosten van een (zee)dijk-doorbraak, en ontwrichting van een kunstwerk door hittestress zijn dermate hoog en het risico vrij klein (1-5%) dat deze niet zijn opgenomen in het risicobedrag van 1,1 miljoen euro.

Vooralsnog worden extra kosten uit regulier budget gedekt, met als gevolg dat er minder budget is voor andere zaken. Bij grote kosten of boomvervanging wordt er soms incidenteel extra budget toegekend vanuit de begroting. 

10

Netcongestie

Netcongestie is een snelgroeiend probleem wat tot 2032 naar verwachting zal blijven toenemen. Daarna is de uitbreiding van de capaciteit op hoogspanningsstation Vierverlaten deels gereed en is een groot deel van de netcongestie opgelost. De verwachting is dat de gehele verzwaringsoperatie voor ons elektriciteitsnet rond 2036 is afgerond. Dit heeft tot gevolg dat er een risico is dat wij onze ambities voor o.a. woningbouw, economie en de energietransitie niet tijdig of volledig waar kunnen maken. De financiële gevolgen van netcongestie en de daardoor opgelopen vertraging worden in de betreffende grondexploitaties, projecten of programma’s opgenomen.

We treffen een aantal beheersmaatregelen om de effecten van netcongestie te mitigeren. Zo werken we aan het concept Net van de Toekomst gemeente Groningen. Hierbij werken de gemeente Groningen, de provincie Groningen en het ministerie van KGG aan de uitvoering van Nij Begun door het elektriciteitsnet robuuster te maken. Mocht dit concept onverhoopt niet tot uitvoer worden gebracht, dan staat de gemeente Groningen garant voor een derde van de voorloopkosten van het onderzoek voor dit concept. Dit projectrisico is het bedrag dat hier is opgenomen. Vanwege de onduidelijkheid over de uitkomst van dit onderzoek houden we dit risico vooralsnog op 100%.

11

Energiepark Meerstad Noord/GEB Holding BV

De gemeente ontwikkelt een zonnepark, batterijen, privaat netstation en natuurgebied in Meerstad-Noord. Hiervoor heeft de gemeente een eigen energiebedrijf opgericht met aan het hoofd GEB Holding BV (hierna: Energiebedrijf Groningen). Hun investering in deze totale gebiedsontwikkeling bedraagt naar verwachting ruim € 210 miljoen. Besluitvorming door de Raad in december 2025 zal leiden tot aanvullende agiostortingen ter hoogte van maximaal € 38,95 miljoen ten behoeve van de realisatie van fase 1 van het zonnepark en batterijen alsook het volledige netstation. Dit maakt dan een totaal aan agiostortingen van vooreerst € 43,2 miljoen. Naast de kapitaalstorting bij oprichting (€ 1.000) en de agiostortingen staat de gemeente garant voor maximaal € 20,7 miljoen van het benodigde vreemd vermogen. De verwachting is dat deze leningen in 2026 en 2027 gefaseerd worden aangetrokken. De omvang van het risico komt hierdoor afgerond in totaal uit op € 64 miljoen. Het Energiebedrijf Groningen wordt in staat geacht projectrisico’s zelfstandig op te kunnen vangen en daarom is de risicokans dat de gemeente haar investering niet terugontvangt verder verlaagd van 50% naar 25%. Het benodigde weerstandsvermogen in verband met de kapitaalinbreng, agiostortingen en borgstelling op leningen loopt hiermee op tot € 16 miljoen.

12

Sociaal domein

De budgetten zorgkosten voor jeugd en Wmo hebben sinds de decentralisatie in 2015 altijd onder druk gestaan. Bij jeugd blijven de zorgkosten harder groeien dan de prijs-en volume compensatie die we in de algemene uitkering ontvangen. Daarnaast hebben we te maken met besparingen voortvloeiend uit de Hervormingsagenda Jeugd. De totale taakstelling die we vanuit de Hervormingsagenda jeugd nog moeten realiseren is vanaf 2028 9,8 miljoen euro. Naast deze taakstelling heeft het Rijk in 2025 eenzijdig extra taakstellingen bij gemeenten neergelegd; 1,1 miljoen euro door te sturen op trajectduur jeugdzorg, 8,1 miljoen euro indexatie opbrengsten Hervormingsagenda en 4,1 miljoen euro als gevolg van de invoering van een eigen bijdrage. Hiermee loopt de totale taakstelling Hervormingsagenda Jeugd op tot 23,1 miljoen euro (vanaf 2028). We achten de kans dat taakstelling volledig gerealiseerd kan worden zeer beperkt. Bovendien zijn we van mening dat de extra taakstellingen die in 2025 zijn opgelegd, niet voor rekening van de gemeente zouden moeten komen omdat deze eenzijdig en zonder onderbouwing door het Rijk zijn opgelegd.

Er spelen op het gebied van jeugdhulp enkele landelijke en (boven) regionale ontwikkelingen waarvan de financiële gevolgen beperkt zijn aan te geven. Het gaat hierbij o.a. om afbouw gesloten jeugdhulp, nieuwe inkoop Hoog Specialistische Hulp en Aanvullende Hulp, Basis Jeugdhulp en Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.
Daarnaast zijn er enkele specifieke risico's die betrekking hebben op (transformatie) maatregelen die moeten leiden tot een besparing op de zorgkosten door een verschuiving van dure naar goedkopere zorg. Of en in welke mate deze maatregelen het beoogde transformatie-effect opleveren wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd.

In het risico sociaal domein houden we ook rekening met een volume risico op zorggebruik (zorggebruik groeit harder dan verwacht). Er is sprake van een volume-risico op zorggebruik Wmo/jeugd omdat onzeker is hoeveel mensen zorg nodig hebben. We bepalen de omvang van het risico op basis van een aantal groeiscenario’s. Het volume risico bedraagt 8,5 miljoen euro.
In verband met de verwachte volumegroei Wmo als gevolg van de vergrijzing en de verwachte toenemende zorgkosten Wmo is er landelijk een houdbaarheidsonderzoek opgezet. Dit onderzoek is inmiddels afgerond en moet leiden tot landelijke maatregelen. Een eerste stap om de Wmo kosten te beheersen is de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijk bijdrage (IVB). De invoering van de IVB staat nog gepland voor 2027 maar wordt vermoedelijk uitgesteld. Het Rijk heeft op voorhand al een korting doorberekend in de Algemene Uitkering. Deze korting is waarschijnlijk groter dan het effect van de IVB. Hiervoor hebben we een maximaal risico van 0,9 miljoen. meegenomen.

Inmiddels is het nieuwe coalitieakkoord gepubliceerd en daarin staat dat de huishoudelijke hulp per 2029 uit de Wmo gaat en dat gemeenten een zorgplicht houden voor mensen die de hulp niet zelf kunnen betalen. Het is nog onduidelijke wat de precieze plannen en de (financiële) consequenties voor gemeenten zullen zijn.

Ten aanzien van de regionale taken Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen speelt dat de volumes stijgen zonder dat daar voldoende rijksvergoeding tegen over staat. Daarmee dreigen (oplopende) toekomstige tekorten. De situatie op de woningmarkt speelt hierbij ook een rol. 

Het risico sociaal domein neemt af in 2026 en 2027 doordat op basis van de ervaringscijfers en conform het advies van de commissie van Ark in de meerjarenraming jeugd al rekening is gehouden met een volumestijging. Op 12 november 2025 is de reserve Jeugd ingesteld onder andere ter dekking van de volumestijging Jeugdzorg in 2026 en 2027 waardoor dit deel van het risico komt te vervallen.

Het totale risico is in 2026 bepaald op 4,1 miljoen euro. Tot en met 2029 loopt dit op tot 28,7 miljoen euro. In het risicobedrag is de kans van optreden meegenomen daarom is bij de kans 100% aangehouden.

Wij hebben de laatste jaren maatregelen genomen om te zorgen dat de zorgkosten beter in control komen. Hierbij hebben we nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen beleid, inkoop, uitvoering en geld.
Ter beheersing van deze problematiek streven wij ernaar om door transformatie minder in te hoeven zetten op zwaardere zorg door te investeren in preventie aan de voorkant, de ontwikkeling van (basis) voorzieningen dichtbij, door burgerkracht en door stimuleren van zelf- en samenredzaamheid. Deze op transformatie gerichte beweging is onder meer in gang gezet door een gerichte opdrachtverlening aan Stichting WIJ Groningen, door het in werking stellen van het Gebieds Ondersteunend Netwerk (GON) en een verdere decentralisering van Beschermd Wonen. Andere ingezette ontwikkelingen zijn onder andere de aanpak voor multi probleemgezinnen waar sprake is van stapeling van door gemeente verstrekte voorzieningen, de invoering Basis Jeugdhulp en voorbereidingen voor nieuwe inkoop Hoog Specialistischer Hulp en Aanvullende Hulp.
In al deze verbeterslagen lopen inhoudelijke ambities en financiële doelstellingen samen op. De laatste jaren is geïnvesteerd in extra capaciteit om ontwikkelingen in kaart te brengen, te volgen en concreet om te zetten in zinvolle interventies en maatregelen samen met partners zoals bijvoorbeeld zorgpartijen, de zorgverzekeraar en de RIGG. Dit geldt ook voor informatievoorziening. Dit alles met als doel beter in control te komen op het sociaal domein. Waar de komende jaren nieuwe aanbestedingen plaatsvinden, kijken we naar de mogelijkheden voor verdere beheersing van de kosten. Zo heeft de aanbesteding van de huishoudelijke hulp in 2023 tot kostenbeheersing geleid.

13

Exploitatie Groninger Forum

Bij de start van Forum Groningen is een aanloopperiode van vijf jaar ingesteld (2020 t/m 2024), waarin de organisatie kon toewerken naar een sluitende exploitatie. Voor eventuele exploitatietekorten was jaarlijks € 460.000 beschikbaar vanuit de aanloopreserve, waarvan, mede door de coronasluitingen, niet volledig gebruik is gemaakt.
De coronajaren kunnen niet worden aangemerkt als een reguliere aanloopperiode. Daarnaast staat Forum Groningen voor onzekerheden als gevolg van de voorgenomen wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en de daarmee samenhangende zorgplicht voor gemeenten. Om deze redenen heeft de raad in juli 2025 besloten de aanloopreserve met twee jaar te verlengen tot en met 2026. Daarbij is uitgegaan van € 300.000 voor 2025 en € 160.000 voor 2026.
In 2025 heeft Forum Groningen een positief exploitatieresultaat gerealiseerd. Hierdoor is in 2025 geen beroep gedaan op de aanloopreserve. Voor 2026 wordt, conform het raadsvoorstel, rekening gehouden met een mogelijk risico van € 160.000. Met deze verlenging wordt verwacht dat voldoende buffer aanwezig is om eventuele tegenvallers op te vangen. Aangezien we het risico middelgroot achten hanteren we een kans van 50%.

14

Verzelfstandiging Clockhuys Cultuur Haren

Het Clockhuys Cultuur in Haren is medio 2023 verzelfstandigd. Bij het besluit tot verzelfstandiging is als uitgangspunt geformuleerd dat de basisfinanciering tot en met de huidige cultuurnota periode 2025–2028 is gegarandeerd. Voor de frictiekosten die samenhangen met de verzelfstandiging zijn bij de begroting 2023 middelen beschikbaar gesteld. Er bestaat een risico dat zich naast deze frictiekosten onvoorziene exploitatietekorten en/of aanvullende aanloopkosten voordoen. Voor de eerste vier jaar na verzelfstandiging (2023–2026) is hiervoor een risico opgenomen van jaarlijks € 50.000. In 2024 en 2025 heeft het Clockhuys Cultuur geen exploitatietekort gerealiseerd en is geen aanspraak gemaakt op dit risico. Ondanks deze positieve ontwikkeling blijft voor 2026, conform eerder vastgestelde uitgangspunten, het risicobedrag en de kansinschatting ongewijzigd. Na afloop van deze vierjaarsperiode wordt verwacht dat het Clockhuys Cultuur voldoende inzicht heeft in de structurele exploitatie en over voldoende mogelijkheden beschikt om zelfstandig bij te sturen. De voortgang en realisatie van de exploitatie worden gemonitord via periodieke voortgangsgesprekken en rapportages.

15

Energieprijsstijging

Hoewel de oorlog in het Midden-Oosten tot prijsstijgingen van energie leidt is het risico nog beperkt. Voor 2026 is alle energie al ingekocht, voor 2027 is 72% ingekocht en voor 2028 57%. Op de korte termijn is het risico daarmee beperkt.
Op de langere termijn kunnen (naast de geopolitieke spanningen) onzekere factoren zoals ETS-II en de bijmengverplichting voor prijsstijgingen zorgen.
Het risicobedrag wordt voor 2026 ingeschat op nihil. Momenteel wordt het risico meerjarig ingeschat op maximaal 0,5 miljoen euro. Gezien de volatiliteit van de energiemarkt houden we rekening met een kans van 50%.

16

Opgaven Vastgoedbedrijf

Het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Groningen heeft een gemiddelde leeftijd van meer dan 40 jaren. De leeftijd van de vastgoedvoorraad brengt voor de toekomst forse verduurzaming- en moderniseringsopgaven met zich mee. Dit vraagt heldere koersbepaling op programmaniveau. Van een aantal programma’s is de koers al bepaald, dan wel wordt dit voorbereid. Het Scholenprogramma Gro Up is hiervan een voorbeeld, het masterplan voor de sport en de huisvestingsvisie voor de wijkposten van Stadsbeheer. Andere plannen waaraan gewerkt wordt zijn bijvoorbeeld het Accommodatieplan Welzijn (DMO) en de Strategische huisvestingsvisie voor het Kernvastgoed (SSC/FSH). De projectmatige uitvoering van nieuw- en verbouw is belegd bij het Vastgoedbedrijf. De genoemde vernieuwing- en moderniseringsopgaven zijn gelet op de gebouwleeftijd, de dynamiek van de achterliggende (beleids-)programma’s en veranderende gebruikers(wensen) noodzakelijk en leiden tot forse financiële opgaven voor de toekomst. Voor vernieuwing en modernisering wordt niet structureel gespaard binnen de gemeente. De gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud zijn gericht op instandhouding en beheer en onderhoud ‘as is’, uitgaande van het meest kosten efficiënte onderhoudsniveau (NEN niveau 3). De leeftijd van de vastgoedportefeuille levert spanning op in relatie tot hedendaagse eisen qua functionaliteit en bedrijfsvoering. Daarnaast leidt de leeftijd van de panden tot kwetsbaarheid in relatie tot veranderende regelgeving. De eisen ten aanzien van bijvoorbeeld verduurzaming, binnenklimaat, toegankelijkheid en ARBO zullen blijvend veranderen (en toenemen), waardoor investeringen in de gemeentelijke gebouwen noodzakelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn de label C verplichting voor kantoren en de verplichte EML maatregelen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De verduurzamingsambities- en normstellingen werken als katalysator voor de al forse opgave voortvloeiend uit de leeftijd van de gebouwen (levenscyclus vastgoed). Waar in het verleden een gebouw upgrade of modernisering nog strikt vanuit levensduurverlenging, functionaliteit of techniek kon worden benaderd, leidt de combinatie met de verduurzamingsopgave veelal tot een volledige nieuwbouw of renovatieopgave. Gezien de omvang van de opgave in relatie tot de beschikbare middelen en capaciteit zal het naar verwachting een lange periode vergen om de panden te upgraden. Intussen kan het noodzakelijk worden om (gedeeltelijk) te vernieuwen c.q. te upgraden vanwege gewijzigde gebruikerseisen en of wettelijke eisen.

In de te actualiseren gemeentelijke Routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed (voorzien eind 2025) wordt de strategie geschetst voor het verduurzamen van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Op basis van onder andere leeftijd, labels, koppelkansen (waaronder warmtenet), en functionele en programmatische wensen wordt een planning gemaakt voor de aanpak van de panden tot 2050. De verduurzaming van de panden, gecombineerd met noodzakelijke functionele aanpassingen en modernisering betekent dat per saldo veelal sprake is van volledige renovatie of vernieuwing van de gebouwen. De noodzakelijke aanpak vraagt lange termijnplanning, zowel financieel als qua uitvoeringscapaciteit. De combinatie wordt gezocht met de strategische uitvoeringsagenda  (SIA) waarin de financiële opgave op de middellange termijn inzichtelijk wordt gemaakt en reservering in de begroting plaatsvindt, aansluitend bij de lange termijn uitvoeringsscope. Voor de uitvoering van de onvermijdelijke verduurzamings- en moderingseringsopgave is het noodzakelijk om de opgave financieel telkens voortschrijdend ca. 8 jaren vooruit te plannen, daar met vastgoedopgaven doorgaans een doorlooptijd van 5 tot 8 jaren kennen en veelal onderdeel zijn van een (verhuis)carrousel, met tijdelijke huisvesting als vraagstuk en een dynamische stedelijke omgeving. Matching via de SIA of een vastgoedfonds is noodzakelijk voor de aanpak. 

17

Fiscale risico's

Vennootschapsbelasting op reclameopbrengsten. De Belastingdienst is van mening dat de opbrengst uit reclamedragend straatmeubilair een onderneming vormt. Gemeenten zijn van mening dat er sprake is van normaal vermogensbeheer. Over deze discussie lopen verschillende procedures en liggen nu bij de Hoge Raad. De uitkomst hiervan is nog onzeker. 

18

Gemeentefonds

De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald door de omvang en verdeling van het gemeentefonds. De huidige raming van de hoogte van de algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire 2025. De omvang van het gemeentefonds bedraagt 47,5 miljard euro. De omvang van het BTW compensatiefonds (BCF) is aan een plafond gekoppeld. Overschotten of tekorten op het fonds worden verrekend met het gemeentefonds. In onze begroting wordt meerjarig een verwachte bate opgenomen voor de mogelijke ruimte onder het BCF.
We hanteren het uitgangspunt dat specifieke kortingen (en uitzettingen) vanuit het Rijk één op één met de sector worden verrekend. Voor het overige hanteren we een maximale omvang van het risico van 5% van de geschatte uitkering uit het gemeentefonds. Het risico bedraagt maximaal 45 miljoen euro (naar boven of naar beneden).
We gaan ervanuit dat de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel, hierdoor reserveren we hiervoor geen specifieke weerstandscapaciteit. Met betrekking tot het ingroeipad van de herverdeling van het gemeentefonds is vanuit het Rijk voorgesteld hiermee in 2027 een volgende stap te zetten. Op basis van de onderzoeken naar de verdeling van het gemeentefonds heeft de Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) geadviseerd het ingroeipad tijdelijke te pauzeren. In de brief van 7 februari 2025 heeft de minister toegezegd per 1 januari 2027 een volgende stap te zetten in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling. We gaan ervan uit dat deze toezegging gestand wordt gedaan en we hebben met andere voordeelgemeenten de minister hierop gewezen. 

19

Verstrekte leningen en garanties

Het verstrekken van een lening of het afgeven van een garantie leidt voor de gemeente tot een risico dat de schuldenaar niet aan de verplichtingen kan voldoen. Per geval wordt het risico beoordeeld en gewaardeerd. De belangrijkste posten zijn de leningen verstrekt aan Euroborg, Enexis, Ebbingehof, de garanties op de verkochte personeelshypothekenportefeuille van de voormalige gemeente Haren en op door Stichting Biblionet aangetrokken leningen. De risico’s van de aan WarmteStad, Meerstad en GEB Holding verstrekte leningen zijn meegenomen in respectievelijk het risico Gemeentelijk aandeel risicoproject WarmteStad BV, het risico Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties (grondzaken/ grondexploitaties) en het risico Zonnepark Meerstad-Noord. Het risicobedrag 2026 is bepaald op 3,5 miljoen euro. Tot en met 2029 loopt dit af tot 2,9 miljoen euro. De kans hierop is verwerkt in het risicobedrag.

20

Renterisico

Het risico is dat de rentepercentages in werkelijkheid hoger liggen dan waar in de begroting rekening mee is gehouden en dat de rentelasten daardoor tegenvallen ten opzichte van de begroting. Wij houden onze rentevisie (zoals beknopt opgenomen in de paragraaf Financiering in de begroting 2026) voortdurend actueel en anticiperen voor zover mogelijk op de verwachte rente-ontwikkelingen om tegenvallers zoveel mogelijk te voorkomen. In de begroting 2026 zijn we voor de jaren 2026 en verder uitgegaan van een rente op nieuwe leningen van 2,5 %. Daarnaast houden wij rekening met een scenario waarbij de rente op nieuwe leningen vanaf 2026, 1 % hoger ligt, dus op 3,5 %. Aan de hand van dat scenario hebben we de bedragen van het renterisico vanaf 2026 berekend.
Voor zover de hogere rente kan worden toegerekend aan activiteiten waarvoor een heffing in rekening gebracht wordt, kan de extra stijging (met vertraging) worden doorbelast.
Het risicobedrag 2026 is bepaald op 1,1 miljoen euro. Tot en met 2029 loopt dit op tot 3,2 miljoen euro. De kans hierop schatten we in op 50%. Die kans hebben we bepaald op basis van de (mogelijke afwijking van de) ontwikkelingen die wij benoemd hebben in onze rentevisie. 

21

Verzekeringen

Binnen de Gemeente Groningen zijn een aantal risico's niet afgedekt door verzekeringen. De kans op het zich voordoen van deze risico's is klein maar de impact ervan kan groot zijn. De risico's die hieronder vallen zijn: fraude/beroving, milieuschade, cybercrime en motorrijtuigen (Casco deel). Door het nemen van interne beheersmaatregelen worden de risico’s beperkt.
Verzekerbaarheid van brandrisico’s is genormaliseerd en premies liggen weer op het langjarig gemiddelde (15 jaar). De brandpolis voor opstallen en inventarissen is opnieuw aanbesteed per 1 januari 2025 tot in principe 1 januari 2031. De aansprakelijkheidsverzekering is per 1 januari 2026 ongewijzigd verlengd tot in principe 1 januari 2032. Door een slecht schadeverloop is de premie voor het Wagenpark fors gestegen. De jaarpremie bedraagt per 1 januari 2026 ruim 800 duizend euro (was 250 duizend euro). Verzekerbaarheid van Construction All Risk blijft uitdagend.  

22

Gemeentefonds: ontoereikende middelen

Met ingang van 2026 wordt het gemeentefonds gekort met 1,9 mld. euro (het zogeheten financiële ravijn). Dit betekent voor Groningen een korting van 27 miljoen euro welke is verwerkt in de begroting. In 2026 tot en met 2028 zijn we vooralsnog in staat dit tekort met een aantal maatregelen op te vangen. Ons financieel perspectief laat vanaf 2029 een oplopend te tekort zien. Samen met de VNG hebben we bij het Rijk aangedrongen om tot een oplossing te komen voor de korting door extra middelen beschikbaar te stellen en/of taken en middelen in balans te brengen. In de Rijksvoorjaarnota van 2025 is de korting voor 400 miljoen euro vanaf 2026 opgevangen via het budget Jeugdzorg. In de voorjaarsnota van het Rijk is in 2026 niets opgenomen dat onze financiële problematiek verlicht. We blijven daarom vanaf de jaarschijf 2029 uitgaan van een tekort met een kans van optreden van 50%. De tekorten op de jeugdzorg zijn voor 2025-2027 deels opgevangen door het Rijk. Na 2027 wordt de bezuinigingstaakstelling voor de jeugdzorg fors verhoogd. Hierdoor neemt het risico toe. Dit is meegenomen in het risico sociaal domein. 

23

Bezwaarschriften

Woningcorporatie Wierden en Borgen voert een bezwaarprocedure tegen de aanslagen rioolheffing 2015 tot en met 2019 van de voormalige gemeenten Ten Boer en Groningen en tegen de aanslagen rioolheffing 2020 ten en met 2021 van de gemeente Groningen. Het bezwaar richt zich op de kostenonderbouwing van de rioolheffing 2015 en volgende jaren. We hebben alle gevraagde informatie verzameld en verstrekt. We zijn in voorbereiding om uitspraak op bezwaar te doen. Een inschatting van de omvang van het risico is niet te maken. Het risico staat daarom op p.m.  

24

Vervanging rioolpersleiding Aanpak Ring Zuid (ARZ)

Langs het gehele traject van de ARZ ligt een belangrijke rioolpersleiding. Ten behoeve van de ARZ is deze rioolpersleiding grotendeels verlegd. Een gedeelte van deze persleiding (kruising onder A28) is niet verlegd. Tijdens de werkzaamheden in het kader van ARZ is al een aantal keer de rioolpersleiding beschadigd, waardoor er herstelwerkzaamheden moesten worden uitgevoerd. We zijn op dit moment de voorbereidingen aan het treffen om de 4 kilometer lange leiding te inspecteren. De kosten van de inspectie zijn ongeveer 250 duizend euro. We verwachten eind juni 2026 duidelijkheid te krijgen over hoe de toestand is van de leiding. Het grootste risico zit bij het Julianaplein. Mocht daar schade zijn ontstaan is vervangen van dat stuk leiding de enige optie. De huidige leiding is onbereikbaar voor reparatie.
Een inschatting van het risicobedrag is op dit moment nog niet te geven.                                                                                                                                                                             

25

Onderhoud van het groen ARZ aan de randen van ons areaal

Binnen het project ARZ zijn tussen de drie overheden afspraken gemaakt over eigendom, beheer en onderhoud. Rijkswaterstaat en provincie onderhouden hun areaal vooral op functionaliteit. Gemeente Groningen onderhoudt het areaal ook op basis van beeldkwaliteit. De andere overheden worden door de gemeente wel aangesproken op hun zorgplicht. Ten gevolge van de verschillende onderhoudsuitgangspunten tussen de drie overheden kan er een situatie ontstaan (veiligheid en uitstraling) dat gemeente Groningen onderhoud moet plegen aan onderdelen die eigendom zijn van de twee andere overheden. Het gaat hierbij over groenonderhoud van de groene keerwanden en schermen en groenonderhoud op taluds. Het risicobedrag schatten we in op 100 duizend euro met een kans van 50%.

26

Dotatie en vrijval voorziening voor pensioenaanspraken politieke ambtsdragers

Jaarlijks wordt bij de jaarrekening bepaald wat de benodigde pensioenvoorziening voor (oud-) politieke ambtsdragers moet zijn. Het verschil tussen het benodigde en opgebouwde tegoed wordt uit de exploitatie gedekt, hiervoor is 300.000 euro begroot. Pas aan het eind van het jaar is te bepalen of dit wel of niet voldoende is. Het risico kan, als gevolg van de renteontwikkelingen en wijzigingen in het deelnemersbestand zowel positief als negatief zijn. Het risicobedrag is daarmee erg lastig in te schatten. Op basis van de afgelopen jaren is de ruwe inschatting dat het risico op een dotatie maximaal 2 miljoen euro is, maar waarschijnlijk minder. Doordat het risicobedrag lastig in te schatten is, maar het effect zowel positief als negatief kan uitvallen is de kans op 50% gezet.
Vanwege wettelijke wijzigingen is in 2025 incidenteel een extra dotatie van 2 miljoen euro gedaan voor 11 ambtsdragers die nog niet in de voorziening waren opgenomen, maar waarvan het pensioen via de exploitatie werd gedekt. Daarnaast is een aanvullende dotatie van 2,6 miljoen euro gedaan om het kapitaal in de voorziening aan te vullen vanwege de benodigde kapitaaloverdracht in 2028.
Omdat het kapitaal vanaf 2028 overgedragen wordt aan het ABP is vanaf dat jaar het risico verlaagd naar 0 euro. 

26a

APPA wachtgelden

De voorziening voor wachtgelden is moeilijk in te schatten. Dit is afhankelijk van het aantal politieke ambtsdragers dat aftreedt, hoelang ze als politieke ambtsdrager hebben gewerkt, aanspraak maken op wachtgeld en de periode dat er recht bestaat op wachtgeld. Het risicobedrag wordt ingeschat op maximaal 2 miljoen euro, voor alle politieke ambtsdragers. Omdat niet verwacht wordt dat alle politieke ambtsdragers een beroep hierop zullen doen, is de kans op 25% gezet.  

27

Verplichtingen uit de verlof stuwmeren

Medewerkers kunnen sinds 2022 hun bovenwettelijke verlofuren omzetten naar spaarverlof waar geen vervaldatum aan hangt. De verwachte jaarlijkse toename of afname van het spaarverlof is nog lastig in te schatten, echter laten de cijfers van de afgelopen jaren zien dat deze jaarlijks gemiddeld € 2 miljoen stijgt. Hiervoor is reeds een voorziening in de jaarrekening opgenomen.
Daarnaast is de Commissie BBV voornemens om de verslaggevingsregels zo te wijzigen dat voor het overige verlof dat jaargrens overstijgend is ook een voorziening opgenomen dient te worden. Indien deze wijziging wordt doorgevoerd zal dit een enorme financiële impact hebben. Naar verwachting zal er dan binnen 4 jaren een voorziening gevormd moeten worden. De eerste inschatting van deze incidentele last is ongeveer € 25 miljoen. We betrekken dit bij het opstellen van de begroting 2027. Beide ontwikkelingen zijn een risico voor de bedrijfsvoering, immers hetzelfde werk moet gedaan worden.

28

Bedrijfsrisico directies SPOT, Sport050 en zakelijke dienstverlening Stadsbeheer

We houden rekening met een risico bij de zakelijke dienstverlening (Stadsbeheer). De inkomsten zakelijke dienstverlening (bedrijfsafval, klein gevaarlijk afval, straatreinigen zakelijk en zakelijke werkplaats) zijn deels afhankelijk van de economische conjunctuur en andere externe factoren. Wij houden rekening met een bedrijfsrisico van 10% van de omzet van circa 11,4 miljoen euro.

Sport050 kent een afhankelijkheid van de economische conjunctuur en het weer. Daarnaast lopen we bij de zwembaden een significant risico op inkomstenderving door aanhoudende operationele problemen in verouderde zwemaccommodaties. Technische storingen, zoals defecte installaties maar ook gemeentelijke netwerkproblemen (toegangspoortjes/kassa-systemen), kunnen leiden tot (deel)sluitingen en een afname van (betalende) bezoekers, wat directe financiële gevolgen heeft.
Door de invoering van de Omgevingswet gelden er nieuwe en strengere eisen op het gebied van veiligheid, hygiëne en waterkwaliteit voor zwemaccommodaties. Deze aangescherpte regelgeving kan leiden tot gedeeltelijke sluiting van een bassin of zelfs de gehele zwemaccommodatie als niet (tijdig) aan de eisen wordt voldaan. Dit vormt een risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, omdat sluiting direct leidt tot verlies van inkomsten en mogelijk reputatieschade. Wij houden rekening met een specifiek bedrijfsrisico ter hoogte van circa 15% van de tarief-gerelateerde omzet. Dat was 10% maar hebben we verhoogd vanwege bovengenoemde extra risico's ten aanzien van de continuïteit. De verwachte omzet is circa 8,5 miljoen euro. 

Een deel van de inkomsten van de directie SPOT is afhankelijk van de economische conjunctuur en andere externe factoren. Wij houden rekening met een bedrijfsrisico van 10% van de omzet van circa 16,6 miljoen euro voor SPOT. Het totale jaarlijkse risicobedrag komt uit op 3,7 miljoen euro. Gezien de spreiding van dit risico over meerdere directies schatten we de kans hierop laag in op 25%.

29

Niet halen bezuinigingen

Bij voorgaande begroting zijn bezuinigingsmaatregelen vastgesteld. Niet alle voorgenomen bezuinigingen worden volledig en/of in het gewenste tempo gerealiseerd. We hebben elke nog niet gerealiseerde bezuinigingsmaatregel en nog te realiseren bezuinigingsmaatregel beoordeeld. Dit leidt tot een incidenteel risico van 0,3 tot 2,9 miljoen euro per jaar en een structureel risico van 0,75 miljoen euro per jaar. Bij het bepalen van het risico is per maatregel rekening gehouden met de kans van optreden. Voor de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen wordt de uitkomst daarom volledig (=100%) meegenomen. We sturen actief op realisatie van de maatregelen.

30

Prijsstijgingen

De afgelopen jaren hebben zich forse loon- en prijsstijgingen voorgedaan. Loon- en prijsstijgingen gelden niet alleen voor de gemeente, maar ook voor onze verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Loon- en prijsstijgingen moeten in beginsel worden opgevangen door nominale prijscompensatie. Hiermee houden we de koopkracht van de budgetten op peil. We ontvangen hiervoor middelen uit het gemeentefonds. In de begroting 2026 gaven we aan dat prijsstijgingen weer op een normaal niveau waren en het risico op bovenmatige inflatie als gevolg van geopolitieke en mondiale gebeurtenissen blijft bestaan. Recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten wakker de inflatie, met name op het gebied van energie, wederom aan. We monitoren daarom de prijsontwikkelingen en betrekken dit bij het opstellen van de begroting 2027.

31

Digitale soevereiniteit

Digitale soevereiniteit betekent dat de gemeente controle heeft over haar eigen digitale infrastructuur, data en technologie. Het voorkomt afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven (m.n. buiten Europa). Dit is belangrijk vanwege risico’s rond privacy, continuïteit in toegang tot gegevens en invloed van buitenlandse wetgeving. Het raakt aan keuzes over software, datacenters, (Europese) samenwerking en wet- en regelgeving. Digitale soevereiniteit is cruciaal voor de betrouwbaarheid van de dienstverlening, publieke zeggenschap en democratische controle. De landelijke aandacht hiervoor groeit en als gemeente streven we naar meer regie op onze digitale systemen om onze taken verantwoord te kunnen uitvoeren. Dit kan op termijn extra investeringen met zich meebrengen. Gezien de geopolitieke ontwikkelingen is het onmogelijk aan te geven of en in welke mate we op welk moment aan de slag moeten en gaan met deze ontwikkeling. Vooralsnog schatten we de bedragen in zoals opgenomen in het overzicht met een kans van 50% dat het risico zich voor gaat doen. Vooralsnog schatten we op basis van een grove inschatting het risicobedrag incidenteel in op 4 miljoen euro verdeeld over de jaren 2026 t/m 2028. Aangezien we het risico middelgroot achten hanteren we een kans van 50%.

32

Cybercrime

Cybercrime vormt een groeiend risico voor gemeenten vanwege hun rol als beheerders van persoonsgegevens en vitale infrastructuur. Gemeenten zijn aantrekkelijke doelwitten voor cybercriminelen, zoals hackers en ransomwaregroepen, die uit zijn op data of losgeld of het ontwrichten van de samenleving. Een succesvolle aanval kan leiden tot ernstige verstoring van de dienstverlening, zoals het niet kunnen uitgeven van paspoorten of bijstandsuitkeringen dan wel de uitval van kritische voorzieningen. Preventie, detectie en snelle respons zijn essentieel om schade te beperken. Alle medewerkers moeten een digitaal rijbewijs halen en bijhouden. Hiermee wordt kennis over databeveiliging in de organisatie op peil gehouden. Daarnaast worden er continue aanvullende maatregelen getroffen om onze beveiliging zo goed mogelijk op orde houden. Het inschatten van bedragen en kansen is onmogelijk omdat we niet weten wat zich in welke omvang wanneer voor gaat doen. 

33

Rijkskorting 10% budget SPUK Sport (btw)

De regeling SPUK Sport(stimulering), die oorspronkelijk afliep per 1 januari 2026, wordt met één jaar verlengd tot en met 2026. Conform het Hoofdlijnenakkoord wordt in 2026 een generieke korting van 10% doorgevoerd op specifieke uitkeringen. Ook voor deze regeling geldt in 2026 een korting van 10%. In het begin van deze regeling was er sprake van onderuitputting. De bestedingen zijn echter gestegen en de verwachting is dat de vraag in 2026 hoger is dan het budget. De verantwoording 2024 geeft bij een korting van 10% een verwachte verlaging van 252 duizend euro in de exploitatie. Voor de investeringen is dat 73 duizend euro hetgeen leidt tot hogere kapitaallasten in de toekomst. Aangezien we het risico middelgroot achten hanteren we een kans van 50%.

34

Structurele personeelslasten gedekt met incidentele middelen

Een aantal langlopende subsidies lopen de komende jaar af of zijn dan volledig ingezet. Deze subsidies zijn ingezet voor structurele personeelslasten. Bij het aflopen van deze subsidies zullen ook de kosten moeten aflopen. Hier zal bij het aflopen van de subsidie op geanticipeerd moeten worden met maatregelen. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit tot frictiekosten zal leiden. Huidige inschatting is dat dit zich vanaf 2029 voor gaat doen met betrekking tot de structurele lasten t.l.v. de lumpsum aardbevingen. Voor de berekening zijn we uitgegaan van de totale loonsom per jaar van de fte’s die gedekt worden vanuit de lumpsum. Bij de bepaling van het risicobedrag gaan we uit van 10% hiervan. Dit omdat we inschatten dat we voor 10% geen aanvullende dekking kunnen realiseren. In het risicobedrag is de kans van optreden meegenomen daarom is bij de kans 100% aangehouden. Het is mogelijk dat dit risico zich dit ook op andere beleidsterreinen voor gaat doen.

35

Stoppen koppelverkoop Teams

Na klachten vanuit de Europese Unie (EU) stopt Microsoft met de verplichte koppelverkoop van Teams bij Office-pakketten. De EU heeft na klachten van concurrenten van Teams onderzoek uitgevoerd en geconcludeerd dat deze koppelverkoop oneerlijke concurrentie tot gevolg heeft. Wereldwijd wordt het loskoppelen van Teams voor zeven jaar doorgevoerd. Hiermee wil Microsoft een antitrustboete voorkomen. Deze loskoppeling leidt mogelijk tot hogere kosten voor het gebruik van Teams per 1 juli 2027. Dit is de datum waarop het contract met Microsoft voor Officepakketten vernieuwd moet worden. De kans hierop schatten we relatief hoog in daarom 75%. Het risicobedrag is ingeschat op basis van historische bedragen.

36

Vernieuwen contract M365

Op 1 juli 2027 wordt het contract dat de VNG namens gemeenten is aangegaan voor Office-pakketten vernieuwd. Dit contract wordt telkens voor drie jaar aangegaan en Microsoft mag vanaf het moment van vernieuwing geen jaarlijkse indexaties meer toepassen. Gezien kostenstijgingen in de afgelopen jaren, de grote afhankelijkheid van Office-pakketten en de discussies rondom digitale soevereiniteit zou dit tot 15-20% jaarlijkse kostenstijging boven de indexatie in de meerjarenbegroting kunnen leiden. De kans hierop schatten we relatief hoog in daarom 75%. Het risicobedrag is ingeschat op basis van historische bedragen.

Deze pagina is gebouwd op 05/21/2026 10:59:02 met de export van 05/21/2026 10:49:48